Behandeling hoger beroepen Zorgverzekeringswet (Pensionado’s)
Behandeling hoger beroepen Zorgverzekeringswet (Pensionado’s)
Op 22 april 2011 om 10:00 uur behandelt een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op een openbare zitting de (voortgezette) hoger beroepen over bijdrageplicht Zorgverzekeringswet voor gepensioneerden die buiten Nederland in een EU-lidstaat wonen (Pensionado’s). De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het burgerlijke en militaire ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.Deze behandeling is een vervolg op een arrest van 14 oktober 2010 van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaken Van Delft e.a., C-345/09.
Vervolgzaken doorwerkende rechters geen extra pensioen
Op 7 april 2011, aanvang 13.30 uur, behandelt de Centrale Raad van Beroep op een openbare zitting een aantal vervolgzaken op een eerder gegeven uitspraak van 3 december 2009 (LJN BK4789). In die uitspraak oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties terecht heeft besloten de verzoeken van een aantal rechters om een algemene compensatieregeling te treffen in verband met het zogenoemde Vendrik-effect, niet-ontvankelijk te verklaren.
Verlenging grafrecht zijn geen noodzakelijke kosten
Verlenging grafrecht zijn geen noodzakelijke kosten
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van het verlengen van de uitgiftetermijn van het graf van zijn ouders. De kosten van de door appellant gewenste verlenging van het grafrecht zijn terecht niet aangemerkt als noodzakelijke kosten. Appellant heeft de mogelijkheid om af te zien van verlenging van het grafrecht, zodat het zijn keuze is of deze kosten worden gemaakt. Niet gebleken dat in de omstandigheden van appellant in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd van verlenging van het grafrecht af te zien.
Afwijzing verzoek tot behoud Wajong-uitkering bij verhuizing naar Duitsland
Afwijzing verzoek tot behoud Wajong-uitkering bij verhuizing naar Duitsland
Het Uwv heeft terecht geen toepassing gegeven aan de hardheidsclausule van artikel 2 van het Besluit beleidsregels voortzetting Wajong-uitkering buiten Nederland. Onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de noodzaak om te verhuizen naar Duitsland objectief en dwingend van aard was. Voldoende gemotiveerd dat de door betrokkene genoemde omstandigheden niet als ‘zwaarwegende redenen’ om met behoud van een Wajong-uitkering buiten Nederland te mogen wonen, kunnen worden aangemerkt.
Verlenging grafrecht zijn geen noodzakelijke kosten
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van het verlengen van de uitgiftetermijn van het graf van zijn ouders. De kosten van de door appellant gewenste verlenging van het grafrecht zijn terecht niet aangemerkt als noodzakelijke kosten. Appellant heeft de mogelijkheid om af te zien van verlenging van het grafrecht, zodat het zijn keuze is of deze kosten worden gemaakt. Niet gebleken dat in de omstandigheden van appellant in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd van verlenging van het grafrecht af te zien.
Afwijzing verzoek om wraking geen vooringenomenheid
Afwijzing verzoek om wraking geen vooringenomenheid
De Raad is van oordeel dat uit de enkele omstandigheid dat de rechters in de eerdere uitspraken bij afwezigheid van de mandagenregisters het Uwv geslaagd hebben geoordeeld in het bijbrengen van voldoende bewijs voor de in de betreffende belastende besluiten ingenomen standpunten, geen vooringenomenheid blijkt van de rechters ten aanzien van de zaken.
Geen verwijtbare werkloosheid omdat niet gestreefd is naar onverwijlde beëindiging van dienstbetrekking docent in verband met downloaden, op cd zetten en in bezit hebben van kinderporno.
Geen verwijtbare werkloosheid omdat niet gestreefd is naar onverwijlde beëindiging van dienstbetrekking docent in verband met downloaden, op cd zetten en in bezit hebben van kinderporno.
Indien een schoolbestuur bekend wordt met het downloaden, op een cd-rom zetten en in bezit houden van kinderporno door een leraar kan in beginsel van hem redelijkerwijs niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren ook al hebben die gedragingen volledig in de privésfeer plaatsgevonden. Daarmee staat nog niet vast dat deze gedragingen ook voor de werkgeefster van appellant in dit specifieke geval een arbeidsrechtelijke dringende reden vormde.
Betrokkene is geen werknemer in de zin van de WW nu de overeenkomst met Pflex niet strekt tot verrichten van arbeid, maar gericht is op re-integratie
Betrokkene is geen werknemer in de zin van de WW nu de overeenkomst met Pflex niet strekt tot verrichten van arbeid, maar gericht is op re-integratie
Gedaagde, die een bijstandsuitkering ontving, heeft in het kader van een re-integratieproject van de gemeente met P/flex (een onderdeel van de Randstad-Groep) een arbeidsovereenkomst als bedoeld in art. 7:690 van het BW (uitzendovereenkomst) gesloten voor 20 uur per week met een looptijd van ruim een jaar. In die periode heeft hij zich op locatie van Randstad Rentree uitsluitend gedurende 1 tot 2 uur per week bezig gehouden met het volgen van sollicitatietraining, het zoeken naar vacatures in verschillende bronnen en het schrijven van sollicitatiebrieven.
Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen
Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen
Appellant heeft de medewerkers van DWI toestemming gegeven voor het huisbezoek op 25 april 2009. Tijdens dat huisbezoek heeft hij geweigerd de medewerkers van DWI inzage te verlenen in drie laden van een dressoir in de woning. Het College heeft vervolgens de aanvraag om bijstand afgewezen op de grond dat appellant de op hem rustende medewerkingsverplichting heeft geschonden en dat als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of hij recht heeft op bijstand.
In verband met het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs heeft het CWI appellant terecht niet geregistreerd als werkzoekende
Geen van de door appellant aan het Uwv overgelegde documenten zijn geldige documenten waarmee op grond van artikel 1, eerste lid, ten eerste tot en met ten derde, van de Wet op de identificatieplicht de identiteit van appellant kon worden vastgesteld. Het paspoort dat ten tijde hier van belang nog wel geldig was, is afgegeven door de Pakistaanse autoriteiten en is dus geen reisdocument van het Koninkrijk der Nederlanden in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet. De verwijzing in de aangevallen uitspraak naar artikel 2, eerste lid, onder e, van de Paspoortwet is niet juist.
Geen vervolging van agenten voor gebruik geweld bij aanhouding diefstal met geweld
Geen vervolging van agenten voor gebruik geweld bij aanhouding diefstal met geweld
Den Haag, 7 juni 2010 – Het Openbaar Ministerie hoeft de vijf politieagenten die geweld gebruikt hebben bij de aanhouding van drie mannen die een diefstal met geweld pleegden niet te vervolgen. Dat is de beslissing van het Gerechtshof ‘s-Gravenhage, genomen op 4 juni 2010 in de beklagzaken op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. De zaken waren aangespannen door de mannen die op heterdaad betrapt werden bij de diefstal met geweld.De politieagenten trachtten de drie mannen aan te houden bij een diefstal met geweld bij de Sligro in Leiden in de nacht van 10 augustus 2005.
Geen stilzwijgende afspraak aangenomen dat verzorger voetbalclub vakantie zou opnemen tijdens de seizoenstop
Geen stilzwijgende afspraak aangenomen dat verzorger voetbalclub vakantie zou opnemen tijdens de seizoenstop
Appellant werkte als verzorger ten behoeve van de zondagselectie voor een voetbalclub. De overeengekomen arbeidstijd was minimaal 10 uur per week. Op de arbeidsverhouding tussen appellant en de werkgever was geen collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing, terwijl in de arbeidsovereenkomst zelf geen bepalingen waren opgenomen over het recht op vakantie, noch over de vaststelling van de vakantie. Appellant vorderde na het faillissement van de werkgever onder andere uitbetaling van zijn vakantietegoed.
Geen splitsing feiten in Peer
Geen splitsing feiten in Peer/Reep-onderzoek (o.a. moord A73)
Arnhem, 12 mei 2010 – In tegenstelling tot de berichtgeving van gisteren gaat de rechtbank Arnhem de zaken in het Peer/Reep-onderzoek niet afsplitsen. Twee personen worden verdacht van moord in vereniging op de A73 in september 2008, het kweken van hennep, deelneming aan een criminele organisatie en witwassen. De andere tien personen worden verdacht van het kweken van hennep en deelneming aan een criminele organisatie.
Gisteren meldde de rechtbank dat de ‘moordzaak’ afgesplitst zou worden van de andere feiten. De rechtbank heeft gisteren besloten hier toch van af te zien.
