Betrokkene is geen werknemer in de zin van de WW nu de overeenkomst met Pflex niet strekt tot verrichten van arbeid, maar gericht is op re-integratie
Betrokkene is geen werknemer in de zin van de WW nu de overeenkomst met Pflex niet strekt tot verrichten van arbeid, maar gericht is op re-integratie
Gedaagde, die een bijstandsuitkering ontving, heeft in het kader van een re-integratieproject van de gemeente met P/flex (een onderdeel van de Randstad-Groep) een arbeidsovereenkomst als bedoeld in art. 7:690 van het BW (uitzendovereenkomst) gesloten voor 20 uur per week met een looptijd van ruim een jaar. In die periode heeft hij zich op locatie van Randstad Rentree uitsluitend gedurende 1 tot 2 uur per week bezig gehouden met het volgen van sollicitatietraining, het zoeken naar vacatures in verschillende bronnen en het schrijven van sollicitatiebrieven.
Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen
Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen
Appellant heeft de medewerkers van DWI toestemming gegeven voor het huisbezoek op 25 april 2009. Tijdens dat huisbezoek heeft hij geweigerd de medewerkers van DWI inzage te verlenen in drie laden van een dressoir in de woning. Het College heeft vervolgens de aanvraag om bijstand afgewezen op de grond dat appellant de op hem rustende medewerkingsverplichting heeft geschonden en dat als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of hij recht heeft op bijstand.
In verband met het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs heeft het CWI appellant terecht niet geregistreerd als werkzoekende
Geen van de door appellant aan het Uwv overgelegde documenten zijn geldige documenten waarmee op grond van artikel 1, eerste lid, ten eerste tot en met ten derde, van de Wet op de identificatieplicht de identiteit van appellant kon worden vastgesteld. Het paspoort dat ten tijde hier van belang nog wel geldig was, is afgegeven door de Pakistaanse autoriteiten en is dus geen reisdocument van het Koninkrijk der Nederlanden in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Paspoortwet. De verwijzing in de aangevallen uitspraak naar artikel 2, eerste lid, onder e, van de Paspoortwet is niet juist.
BNG niet aansprakelijk voor beleggingsschade Fonds Nazorg Stortplaatsen Provincie Zeeland
BNG niet aansprakelijk voor beleggingsschade Fonds Nazorg Stortplaatsen Provincie Zeeland
Den Haag 9 juni 2010 – De rechtbank ‘s-Gravenhage heeft vandaag beslist dat de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) niet aansprakelijk is voor de schade die het Fonds Nazorg Stortplaatsen Provincie Zeeland heeft geleden met een belegging van € 5 miljoen in een beleggingsproduct van het inmiddels failliete Lehman Brothers.
Nederlandse straf van voormalig RAF lid niet verjaard
Nederlandse straf van voormalig RAF lid niet verjaard
De kern van de uitspraak van de Hoge Raad is dat het recht tot uitvoering van de gevangenisstraf van 20 jaar, die de rechtbank Utrecht op 22 december 1977 aan F. heeft opgelegd, niet is verjaard.F. was lid van de Rote Armee Fraktion. Op 20 december 1977 werd hij door de rechtbank Utrecht tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens het in Utrecht doodschieten van een politieagent en het zwaar verwonden van een andere politieagent. Op verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) werd F. op 17 oktober 1978 door Nederland tijdelijk uitgeleverd aan Duitsland ten einde hem daar te berechten.
Bij de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moet de bestuursrechter zonder terughoudendheid toetsen of de door het bestuursorgaan opgelegde boete niet onevenredig is, en zo neen zelf de wel evenredige boete vaststellen
Bij de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moet de bestuursrechter zonder terughoudendheid toetsen of de door het bestuursorgaan opgelegde boete niet onevenredig is, en zo neen zelf de wel evenredige boete vaststellen
Indien is voldaan aan de in artikel 14a van de TW gestelde voorwaarden voor het opleggen van een boete, dan moet het Uwv – zoals thans ook is vastgelegd in artikel 5:46, tweede lid, van de Awb – bij de aanwending van deze bevoegdheid het bepalen van de hoogte van de boete afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij moet zo nodig rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
Schadeprocedure telt niet langer mee bij de berekening van de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn
Schadeprocedure telt niet langer mee bij de berekening van de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn
Een schadeprocedure als de onderhavige, waarin uitsluitend de schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn aan de orde is, dient niet langer in aanmerking te worden genomen bij de vaststelling van de schadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn. Indien een rechtbank of de Raad in een separate procedure de hoogte van de schadevergoeding vaststelt, mag deze procedure niet onnodig lang duren.
Dit leidt ertoe dat de hoogte van de schadevergoeding moet worden beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak van de Raad van 25 juni 2009.
Legionellaramp: whirlpoolhouder kan schade niet verhalen
Legionellaramp: whirlpoolhouder kan schade niet verhalen
Alkmaar, 26 mei 2010 – In januari dit jaar heeft rechtbank Alkmaar een schadevergoeding toegekend aan een slachtoffer van de legionellaramp tijdens de Westfriese Flora in februari 1999. Eén van de exposanten van een whirlpool waarin legionella is aantroffen, is veroordeeld tot betaling van die schadevergoeding. De rechtbank wijst nu het schadeverhaal van deze exposant af.
Niet schuldig aan veroorzaken verkeersongeval – Wel geldboete voor rijden onder invloed
Niet schuldig aan veroorzaken verkeersongeval – Wel geldboete voor rijden onder invloed
Almelo, 21 mei 2010 – De rechtbank Almelo heeft uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een bekende voetballer van FC Twente. De 28-jarige verdachte is schuldig bevonden aan het besturen van een auto onder invloed van alcohol. De rechtbank acht hem echter niet schuldig aan het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij een medepassagier zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Verdachte is wegens het rijden onder invloed veroordeeld tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden en een geldboete van € 5.000,-.
Zitting gebiedsontzegging Eindhoven niet op 20 mei 2010
Zitting gebiedsontzegging Eindhoven niet op 20 mei 2010
‘s-Hertogenbosch, 6 mei 2010 – De rechtbank ‘s-Hertogenbosch zou zich op donderdag 20 mei a.s. buigen over de bestuursrechtelijke kwestie tussen een veroordeelde zedendelinquent en de burgemeester van Eindhoven. Op verzoek van de burgemeester is de behandeling van de zaak echter uitgesteld.
De burgemeester van Eindhoven besloot in september 2009 dat de man diende weg te blijven uit Eindhoven zolang hij geen concrete resocialisatie, toezicht- of zorgafspraken zou maken. De voor zedendelicten veroordeelde man maakte bezwaar tegen dat besluit en stapte naar de rechter.
Hells Angels hoeven hun clubhuis en twee loodsen nog niet af te breken
Hells Angels hoeven hun clubhuis en twee loodsen nog niet af te breken
Amsterdam, 3 mei 2010 – De voorzieningenrechter van de Amsterdamse rechtbank heeft op 29 april bepaald dat de stichting Hells Angels hun clubhuis en twee loodsen aan de Wenckebachweg te Amsterdam nog niet hoeft te verwijderen. Het besluit van de gemeente waarbij de verplichting tot afbraak van de panden was bevolen, is voorlopig geschorst. De gemeente Amsterdam had de Hells Angels verplicht om de gebouwen binnen acht weken af te breken, omdat daar geen geldige vergunning voor is en omdat de gemeente plannen heeft om op het terrein woningen te gaan bouwen.
